Review: Toy Battle (Repos Production)

Toy Battle is zo’n spel dat bij de eerste teaser gelijk mijn aandacht trok. Als enorme fan van Toy Story, Army Men (een best slecht videospel uit het PlayStation 1-tijdperk) en Small Soldiers trok het thema me meteen. Waarom? Omdat het eruitziet alsof iemand een speelgoedkist heeft omgekieperd en daarna heeft geroepen: “Zo, en nu oorlog.” Vroeger speelde ik ook graag met mijn Ninja Turtles, Street Sharks, speelgoedsoldaatjes, actiefiguurtjes en LEGO, en simuleerde ik daarmee grootschalige veldslagen. Maar vergis je niet: achter al die vrolijke plasticachtige chaos zit een strak tweespelersduel verstopt.

Battle prep & victory

Toy Battle is ontworpen door Paolo Mori en Alessandro Zucchini, met illustraties van Paul Mafayon, en wordt uitgegeven door Repos Production. Het spel is geïnspireerd op simpele strategiespelletjes die populair zijn om op smartphones en tablets te spelen. Spelers spelen in dat soort spellen troepen om hun eigen toren te beschermen en de toren van de tegenstander te veroveren. Dit concept vertaalt zich bijzonder goed naar een simpel bordspel met lekker veel diepgang.

In Toy Battle nemen twee speelgoedlegers het tegen elkaar op. Blauw tegen rood. Net zo klassiek en iconisch als de inhoud van de leeggekieperde speelgoedkist. Spelers vechten niet met tanks die realistisch door de modder ploeteren, artillerie en soldaten die spervuur aanhouden, maar met het soort bonte troepen waarvan je je afvraagt of ze uit de speelgoedafdeling van een kringloopwinkel, een gevaarlijke kinderdroom of een licht uit de hand gelopen opruimactie komen. De troepen zijn namelijk een bij elkaar geraapt zooitje van badeendjes, slingeraapjes, groene speelgoedsoldaatjes, robots, knuffels en een stoere T-Rex-pop.

Aan het begin van het spel kiezen spelers een speelbord. Het basisspel bevat drie dubbelzijdige speelborden en dus drie locaties om het uit te vechten. Vervolgens schudt iedere speler diens leger (de fiches in diens kleur) en stuurt er vier willekeurig terug naar diens barakken (de doos). De startspeler begint met drie troepen op het rekje en de andere speler met vier.

Het doel is simpel: bereik het hoofdkwartier van je tegenstander of verzamel genoeg medailles door gebieden op het speelbord te controleren. Simpel op papier dus, maar bijzonder veel diepgang.

Voorwaarts, mars!

Tijdens je beurt doe je één van twee dingen: je trekt nieuwe troeptegels of je plaatst een troep op het bord. Dat is fijn overzichtelijk, want ik hou ervan als een spel snel uitgelegd kan worden zonder dat je eerst drie hoofdstukken militaire speelgoedtheorie hoeft door te nemen. Toch zit de spanning vooral in waar en wanneer je iets plaatst. Je mag je troepen namelijk niet zomaar als confetti over het slagveld strooien. Nieuwe troepen moeten verbonden blijven met je eigen hoofdkwartier via een keten van velden die jij controleert. Je leger moet dus altijd een soort speelgoednavelstreng naar huis houden. Wordt die route afgesneden, dan kan een prachtig aanvalsplan ineens voelen alsof je met één Lego-steentje onder je voet tot stilstand komt.

Sommige troepen hebben bijzondere effecten en eigenschappen waardoor je fiches van een tegenstander af mag leggen of nieuwe troepen mag trekken. Ook de verschillende locaties hebben andere routes en regels. Zo heeft bijna elke locatie speciale bases met unieke eigenschappen die het spel telkens een ander randje geven.

Het plaatsen zelf zorgt voor het tactische getouwtrek. Soms leg je een tegel op een leeg veld, soms versterk je een positie die je al hebt, en soms probeer je een veld van je tegenstander af te pakken door daar een sterkere troep boven op de eerder geplaatste troep te leggen. De bovenste tegel bepaalt wie het veld controleert, waardoor Toy Battle voelt als een miniatuur-slagveld waar je telkens probeert net dat ene cruciale vakje terug te pakken. Het is compact, maar niet vrijblijvend. Elke tegel kan een route openen, een aanval blokkeren of een tegenstander net genoeg irriteren om de volgende beurt persoonlijk te maken.

Naast het oprukken naar het vijandelijke hoofdkwartier kun je medailles verdienen door gebieden te controleren. Daardoor heb je steeds twee dingen om in de gaten te houden: de directe dreiging richting je basis en de langzamere strijd om punten. Dat vind ik vaak leuk in dit soort spellen, omdat je niet alleen maar één rechte lijn naar de overwinning hebt. Soms moet je aanvallen, soms juist verdedigen, en soms moet je vooral doen alsof je een briljant plan hebt terwijl je eigenlijk hoopt dat je tegenstander jouw open flank niet ziet.

Het resultaat is een vlot tweespelersspel met korte beurten, duidelijke keuzes en genoeg tactische plaagstoten om het spannend te houden. Toy Battle lijkt op het eerste gezicht licht en vrolijk, maar onder de kleurrijke speelgoedlaag zit een scherp duel waarin positie, timing en net dat ene irritante zetje belangrijk zijn. Het speelgoed speelt goed, is lekker kort en biedt door de verschillende speelborden genoeg variatie.

Toy Battle is door de vakjury van Speelgoed van het Jaar verkozen als een van de winnaars en jij kunt stemmen voor de publieksprijs: https://speelgoedvanhetjaar.nl/